Dit tarief komt uit de verplichte ziekteverzekering van elk Belgisch ziekenfonds en heeft niets te maken met een aanvullende polis zoals de Franse mutuelle.
Samenwonende, alleenstaande of gezinshoofd: drie lagen
Het woord "samenwonende" valt meestal pas wanneer iemand al maanden ziek is en een brief van het ziekenfonds krijgt. Vanaf dan blijkt dat de gezinssituatie het bedrag van de uitkering beïnvloedt. De regels staan in het koninklijk besluit van 3 juli 1996, in de artikelen 225 tot en met 226bis, die in een presentatie van het RIZIV worden samengevat. Voor werknemers en werklozen betekent dat concreet: 65 procent van het begrensde brutoloon met gezinslast, 55 procent als alleenstaande en 40 procent als samenwonende. Dat geldt pas vanaf het tweede jaar.
Tijdlijn: wanneer telt uw gezinssituatie?
| Moment | Werknemer | Werkloze | Zelfstandige |
|---|---|---|---|
| Eerste zes maanden | 60 procent van het begrensd brutoloon, ongeacht de gezinssituatie | Gelijk aan de werkloosheidsuitkering, maximaal 60 procent van het basisloon | Vast dagbedrag per gezinssituatie |
| Derde maand | Minimum voor iedereen gelijk | Idem | Vast dagbedrag per gezinssituatie |
| Vanaf vierde maand | Minimumbedrag hangt af van uw gezinssituatie | Gezinssituatie telt mee | Vast dagbedrag per gezinssituatie |
| Na één jaar | 65, 55 of 40 procent | 65, 55 of 40 procent van het begrensd dagloon van de werkloosheidsuitkering | Vast dagbedrag, gezinssituatie blijft beslissend |
Het RIZIV illustreert de vierde-maandsregel met een voorbeeld: begint de arbeidsongeschiktheid op 10 april, dan wordt uw gezinssituatie meegeteld vanaf 10 juli. Meld een verandering, zoals een samenwoning, een scheiding of de geboorte van een kind, dus tijdig.
Een rekenvoorbeeld met een fictief dagloon
Stel dat het begrensd brutodagloon 80 euro bedraagt. Dat getal is verzonnen en dient alleen om de verhoudingen te tonen. In het eerste jaar is de uitkering 48 euro per dag (60 procent). Na een jaar wordt het 52 euro met gezinslast, 44 euro voor een alleenstaande en 32 euro voor een samenwonende. Tussen gezinshoofd en samenwonende zit dus 20 euro per dag. Het ziekenfonds rekent die dagen op zes per week, dus ook de zaterdag telt mee.
Wat is nu eigenlijk "samenwonen"?
De definitie van CM
CM omschrijft samenwonen als: op hetzelfde adres wonen als iemand met een inkomen boven een wettelijk bepaald bedrag. Of u getrouwd bent, speelt daarbij geen rol. De gezinssituatie wordt vastgelegd aan de hand van een formulier, nummer 225.
De nuance van Droits Quotidiens
Twee voorwaarden tegelijk
De Franstalige rechtenwijzer Droits Quotidiens benadrukt dat een kamer in een gedeeld huis u niet automatisch tot samenwonende maakt en dat de coloc op zich de terugbetaling van zorg niet beïnvloedt. Volgens die bron moeten twee voorwaarden samenkomen. Ten eerste woont u echt onder één dak, niet tijdelijk. Ten tweede organiseert u het dagelijks leven samen, met een financieel voordeel door het delen van uitgaven. Ontbreekt één van de twee, dan kan u aanspraak maken op het alleenstaandentarief, op voorwaarde dat u het bewijst.
Wat uw fonds doet
Welke lezing uw ziekenfonds hanteert, verschilt in de praktijk: wacht niet met navragen tot de uitkering van uw eerste jaar afloopt.
Drie situaties uit Vlaanderen
- Een koppel in een Antwerpse flat. Eén partner wordt ziek. Hebt u geen ander gezinslid ten laste en verdient uw partner meer dan het wettelijke bedrag, dan zit u bij de samenwonenden.
- Jongvolwassene bij de ouders in het Pajottenland. Hetzelfde adres volstaat niet altijd. Het ziekenfonds kijkt naar de feitelijke organisatie van het dagelijks leven en het gedeelde voordeel.
- Studentenhuis in Gent met gescheiden potten. Wie een eigen kamer huurt, zelf boodschappen doet en geen geld bundelt, kan zich op het alleenstaandentarief beroepen, maar moet bewijzen leveren, zoals een individueel huurcontract of een eigen rekening.
Het zijn voorbeelden van een redenering, geen uitspraken: het ziekenfonds beoordeelt elk dossier apart en u kan zijn beslissing betwisten.
Gezinslast: voorwaarden en drempels
Voor het hoogste percentage moeten personen van u afhangen. Droits Quotidiens vermeldt dat het inkomen van partner, samenwonende of kinderen een drempel van 1.280,79 euro bruto per maand niet mag overschrijden, een bedrag dat op 1 september 2026 werd geïndexeerd. Ook een betaalde onderhoudsbijdrage van minstens 111,55 euro per maand of een verblijfsregeling met gemiddeld twee overnachtingen per week, vastgelegd bij vonnis of notariële akte, kan meetellen. Deze drempels worden geïndexeerd, vraag daarom na wat vandaag geldt.
Als uw leven verandert tijdens de ziekte
Een scheiding is het schoolvoorbeeld. Iemand die met een partner en kinderen een gezin vormde, komt alleen in een appartement te wonen. Het percentage na het eerste jaar kan dan van 65 naar 55 procent zakken. Betaalt u echter een onderhoudsbijdrage die hoog genoeg is, of vangt u kinderen op volgens een verblijfsregeling, dan kan u in de categorie gezinslast blijven. In beide gevallen informeert u het ziekenfonds, dat zelf de situatie kwalificeert. Omgekeerd kan een nieuwe samenwoning uw tarief verlagen, en ook dat moet u melden.
Voor praktische hulp bij die vragen kan u terecht bij de sociale dienst van uw ziekenfonds. Bij bredere geldzorgen is het OCMW van uw gemeente een tweede aanspreekpunt, en ook bij het CAW kan u naar bijkomende steun vragen, bijvoorbeeld voor hulp in het huishouden. Neem dit niet te licht: een lager inkomen kan bovendien recht geven op andere toeslagen of tegemoetkomingen, waarvoor u zelf een aanvraag moet indienen.
Hoe u uw situatie aantoont
- Vraag aan uw ziekenfonds hoe de verklaring gebeurt: formulier, ledenzone of kantoor.
- Verzamel bewijzen van gezinssamenstelling, de inkomsten van de betrokken personen en eventueel de onderhoudsbijdrage.
- Bij een gedeelde woning: toon aan dat u geen dagelijkse uitgaven deelt, bijvoorbeeld met afzonderlijke rekeningen en huurcontracten.
- Meld elke wijziging zodra ze gebeurt: huwelijk, scheiding, nieuwe job van de partner, vertrek van een kind.
- Bewaar kopieën van alles wat u indient.
Inhoudingen en uitzonderingen
Bij werknemers wordt in het eerste jaar 11,11 procent bedrijfsvoorheffing ingehouden, bij werklozen 10,09 procent de eerste zes maanden en nadien 11,11 procent, aldus CM. Vanaf het tweede jaar kan daar een inhouding voor de pensioensector van maximaal 3,5 procent bijkomen, zonder dat het dagbedrag onder het wettelijke minimum zakt. Een foute of niet-aangegeven situatie kan tot herberekening en terugvordering leiden.
Voor zelfstandigen noemt CM sinds 1 februari 2025 een vast bedrag van 79,51 euro per dag met gezinslast, 63,01 euro voor een alleenstaande en 48,32 euro voor een samenwonende. Ook daar is het verschil tussen de categorieën dus aanzienlijk, en ook daar geldt dat bedragen kunnen veranderen.
Fouten die geld kosten
- Uzelf uit voorzichtigheid als samenwonende aangeven terwijl niet aan de voorwaarden is voldaan.
- Het vertrek van een kind of het einde van een samenwoning niet melden.
- De inkomsten van uw partner vergeten, die bepalen of u gezinslast heeft.
- Het samenwonen bij uitkeringen van het ziekenfonds verwarren met het statuut van samenwonende bij werkloosheid, dat eigen regels volgt.
Vier vragen van lezers
Geldt het samenwonerstarief vanaf de eerste ziektedag? Nee. In het eerste jaar krijgen werknemers en werklozen 60 procent, ongeacht de gezinssituatie.
Maakt samenwonen mij tot samenwonende, ook al ben ik niet getrouwd? Burgerlijke staat doet er volgens CM niet toe. Wat telt, is het adres en het inkomen van de persoon met wie u samenwoont.
Hoe vermijd ik een schok na een jaar? Controleer vroeg uw categorie, verzamel bewijzen en vraag het ziekenfonds om een vooraf berekend bedrag voor de invaliditeitsfase.
Waar vind ik de actuele minimumbedragen? Op de site van het RIZIV en bij uw ziekenfonds, want ze worden geïndexeerd.
Organisaties om te raadplegen
RIZIV (presentatie samenwonen) — RIZIV-bijdrage aan een colloquium over samenwonen: de drie gezinssituaties, de percentages, de inhoudingen en de verwijzing naar het koninklijk besluit van 1996.
Wikifin — Beschrijft hoe de gezinssituatie het minimumbedrag vanaf de vierde maand en de invaliditeitsuitkering na een jaar bepaalt, voor werknemers en gewezen werklozen.

