Het ziekenfonds betaalt die uitkering uit de verplichte ziekteverzekering, niet uit een vrijwillige polis. Een Franse 'mutuelle' keert zo'n wettelijk inkomen niet uit; ze vult kosten aan.
Een bediende uit Gent, een burn-out en de vraag wat er na een jaar overblijft
Neem een bediende uit Gent die na een zware burn-out maandenlang thuis zit. In het eerste jaar krijgt ze een arbeidsongeschiktheidsuitkering van haar ziekenfonds. Pas na twaalf maanden schuift ze door naar de invaliditeit, en dan verandert de rekenwijze. Wie die overgang niet kent, schrikt van een brief waarin plots een ander percentage staat. Daarom eerst de logica, daarna de cijfers.
Eerste jaar versus invaliditeit
De primaire arbeidsongeschiktheid
Tijdens het eerste jaar bedraagt de uitkering voor werknemers en werklozen 60 procent van het begrensde brutodagloon, ongeacht je gezinssituatie. Je gezin speelt dus pas een rol zodra de invaliditeit begint, en dat is het onderwerp van deze pagina. Zelfstandigen vallen onder een afzonderlijke regeling die hier niet wordt besproken; het RIZIV en je ziekenfonds leggen die apart uit.
De invaliditeit vanaf het tweede jaar
Vanaf de invaliditeit zijn er drie percentages, afhankelijk van je gezin:
- 65 procent als je samenwoont met iemand die ten laste van jou is (gezinshoofd);
- 55 procent als je alleenstaand bent;
- 40 procent als je samenwoont en geen persoon ten laste hebt.
Die percentages gelden voor het brutoloon, maar slechts tot een wettelijk plafond. Voor werklozen vormt het begrensde dagloon van de werkloosheidsuitkering de basis. Of je gehuwd, wettelijk samenwonend of gewoon samenwonend bent, speelt op zich geen rol. Doorslaggevend is of je samenwoont met iemand die eigen inkomsten heeft of juist van jou afhangt; het ziekenfonds controleert die toestand met een formulier over de samenstelling van je gezin.
Een rekenvoorbeeld met een verzonnen loon
Stel een brutodagloon van 160 euro, dus onder het plafond (verzonnen cijfer, om de werkwijze te tonen). Dan krijgt een gezinshoofd 104,00 euro bruto per dag, een alleenstaande 88,00 euro en een samenwonende zonder persoon ten laste 64,00 euro. Het verschil tussen het hoogste en laagste tarief is dus 40 euro per dag, en omdat het RIZIV met een week van zes dagen rekent (ook zaterdag telt als uitkeringsdag), loopt dat over een maand op tot meer dan duizend euro bruto.
Waar het plafond ingrijpt
Verdien je meer dan het plafond, dan telt alleen het plafond mee. Volgens de RIZIV-pagina die ik in oktober 2026 raadpleegde, ligt dat plafond sinds 1 september 2026 voor alle drie de categorieën rond 189 tot 190 euro per dag. Een hoger loon verandert je uitkering dan niet meer. Dat plafond wordt van tijd tot tijd aangepast, dus controleer het in je dossier.
Minimumbedragen: een vangnet vanaf de zevende maand
De wet voorziet een minimum per dag vanaf de zevende maand van ongeschiktheid. Voor een regelmatige werknemer geeft het RIZIV vanaf 1 september 2026 82,64 euro met gezinslast, 65,56 euro voor een alleenstaande en 56,21 euro voor een samenwonende. Niet-regelmatige werknemers hebben lagere minima. Ligt je berekende uitkering onder dat minimum, dan wordt ze opgetrokken; in de maanden drie tot zes mag het minimum evenwel niet hoger zijn dan je brutodagloon. Hoe het minimum precies met je werkelijke loon samenhangt in de invaliditeit, vraag je best aan je ziekenfonds.
Wat er nog van je uitkering afgaat of bijkomt
- Vanaf het tweede jaar volgt een inhouding van maximaal 3,5 procent voor de pensioensector, zonder dat je onder het minimum zakt.
- Er wordt bedrijfsvoorheffing ingehouden; in de primaire arbeidsongeschiktheid is dat 11,11 procent voor arbeiders en bedienden, en het tarief in de invaliditeit staat op de documenten van je ziekenfonds.
- Wie minstens een jaar arbeidsongeschikt is, kan in bepaalde voorwaarden een jaarlijkse welvaartspremie ontvangen, waarvan het bedrag elk jaar wordt vastgelegd en met de gezinssituatie varieert.
Wanneer het geld op je rekening staat
Invaliditeitsuitkeringen worden eenmaal per maand betaald, volgens Mutualia op zijn vroegst de derde laatste werkdag van de lopende maand. Elk fonds publiceert een kalender; het HZIV heeft een betaalkalender voor 2026 op zijn site. Afhankelijk van je bank kan het nog tot drie dagen duren voor het bedrag zichtbaar is. De betalingen van december worden doorgaans vervroegd.
Welke gebeurtenis verandert wat?
| Gebeurtenis | Mogelijk effect | Wat je moet doen |
|---|---|---|
| Scheiding of uit elkaar gaan | Overgang naar alleenstaand, soms met persoon ten laste | Nieuwe gezinssamenstelling doorgeven aan je ziekenfonds |
| Partner start met werken | Van 65 of 55 procent naar 40 procent mogelijk | Gezinsformulier opnieuw laten invullen |
| Kind gaat het huis uit | Persoon ten laste valt weg | Melden, ook als het geen financiële wijziging lijkt |
| Verhuis naar het buitenland | Voorafgaande goedkeuring van de adviserend arts buiten de EU | Vooraf melden, nooit achteraf |
| Gedeeltelijke werkhervatting | Vooraf melden; de uitkering kan worden herberekend | Contact opnemen met je ziekenfonds voor je start |
Stappen om geen geld te verliezen
- Haal het formulier over de gezinssamenstelling op bij je ziekenfonds en vul het met je huidige situatie in.
- Geef elke verandering (inwonende partner, kind, adreswijziging) meteen door, ook als ze je nadelig lijkt.
- Ga naar elke oproeping van de adviserend arts; een niet-gewettigde afwezigheid zonder medisch attest kan tot een schorsing van de uitkeringen leiden.
- Meld elke werkhervatting vooraf, ook een gedeeltelijke, en elk verblijf in het buitenland.
- Heb je in een ander EU-land gewerkt, bezorg dan binnen drie maanden na de overgang naar invaliditeit de gevraagde verklaring op eer.
- Bewaar je jaarlijkse betalingsattest voor je belastingaangifte.
Wat mensen vaak verkeerd begrijpen
- Dat de uitkering op 60 procent blijft staan; dat percentage geldt alleen in het eerste jaar.
- Dat de percentages op het nettoloon slaan; ze rekenen op het begrensde brutoloon.
- Dat een hoger loon altijd een hogere uitkering geeft; boven het plafond verandert er niets meer.
- Dat de burgerlijke staat telt; het gaat om samenwonen en inkomsten van de partner.
De beslissing van je ziekenfonds lezen
Op de brief of in je online dossier vind je meestal een dagbedrag, een periode en de categorie waarin je bent ingedeeld. Controleer eerst de categorie: staat daar gezinshoofd, alleenstaande of samenwonende, en klopt dat met wat er thuis echt gebeurt? Kijk daarna naar de begindatum van de invaliditeit en naar de referentieperiode van je loon. Een fout in een van die drie gegevens werkt door in elke maandbetaling.
Wie beslist over de ongeschiktheid zelf
Het bedrag is één zaak, de erkenning een andere. Of je arbeidsongeschikt bent, beoordeelt de adviserend arts van je ziekenfonds binnen het wettelijk kader, niet je ziekenfonds als boekhouder. Wie het niet eens is met een beslissing, kan bij zijn fonds navragen welke procedure voor een bezwaar geldt; een ombudsdienst van het fonds is een eerste stap voordat je verder gaat.
Vragen over dalende uitkeringen, bedragen en scheidingen
Mijn uitkering lijkt na een jaar te dalen. Klopt dat? Dat kan, maar niet altijd. Een alleenstaande gaat van 60 naar 55 procent, een samenwonende zelfs naar 40 procent, terwijl een gezinshoofd naar 65 procent stijgt. Het gezin bepaalt de richting.
Waar vind ik het bedrag dat voor mij geldt? Het bedrag staat op de beslissing van je ziekenfonds. Het RIZIV en Wikifin geven de percentages, maar het exacte bedrag hangt van je persoonlijke loon en dossier af, dus vraag het aan je fonds.
Wat als mijn partner en ik net uit elkaar gaan? Wikifin legt uit dat een scheiding je gezinsstatuut kan veranderen in alleenstaand, met of zonder kinderen ten laste, en dat de uitkering dan wijzigt. Meld de wijziging snel, zodat je fonds de uitkering correct herberekent.
Organisaties om te raadplegen
Wikifin — Uitleg over de gevolgen van een scheiding voor je invaliditeitsuitkering, met de percentages van 65, 55 en 40 procent per gezinssituatie.
HZIV (Hulpkas voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering) — Overzichtspagina voor werknemers met links naar het melden van arbeidsongeschiktheid, deeltijdse werkhervatting en de betaalkalender van de uitkeringen in 2026.

