Het Belgische ziekenfonds betaalt hier als beheerder van de verplichte ziekteverzekering. Het gaat niet om de Franse ‘mutuelle’, een privé-aanvulling die geen inkomensvervanging bij ziekte regelt.
Wie betaalt in de eerste weken?
Wie ziek wordt, krijgt niet meteen een cheque van het ziekenfonds. Bedienden en arbeiders hebben recht op gewaarborgd loon van hun werkgever, en pas daarna neemt het ziekenfonds het over. De CM en het RIZIV leggen die overgang vast via de termijnen waarbinnen je het getuigschrift moet versturen. Elke status heeft een eigen klok, en wie er een mist, krijgt later of minder.
Termijnen per statuut
- Bedienden: het eerste getuigschrift binnen 28 kalenderdagen na de start, een verlenging binnen 7 dagen.
- Arbeiders: binnen 14 kalenderdagen, verlenging binnen 7 dagen.
- Zelfstandigen, werklozen en anderen zonder contract: binnen 7 dagen, verlenging binnen 7 dagen.
- Na een ziekenhuisopname: binnen 7 dagen na ontslag.
Een ziekenhuisopname schort de termijn op, want die kan nooit vóór de tweede dag na ontslag aflopen. Sinds 1 januari 2026 bezorgt je huisarts het getuigschrift elektronisch als de ongeschiktheid langer dan 14 dagen duurt of als het om een verlenging gaat, en een arts mag voor maximaal drie maanden attesteren. Te laat melden betekent een korting van 10 % op de uitkering. Bij een vertraging van minder dan een maand geldt een waarschuwing zonder korting, aldus de CM.
Een tijdlijn van het eerste jaar
| Periode | Wat gebeurt er? |
|---|---|
| Eerste weken | Gewaarborgd loon van de werkgever bij arbeiders en bedienden; getuigschrift tijdig versturen |
| Vanaf het einde van het gewaarborgd loon | Het ziekenfonds betaalt 60 % van het begrensde brutoloon |
| Derde maand | Een eerste minimumbedrag geldt |
| Vierde tot zesde maand | Het minimum hangt af van je gezinssituatie; formulier over je gezin |
| Vanaf de zevende maand | Andere minima; controle door de adviserend arts volgt een eigen ritme |
| Na twaalf maanden | Overgang naar invaliditeit met percentages van 65, 55 en 40 % |
Voorwaarden om de uitkering te krijgen
Je statuut
Je hebt een arbeidsovereenkomst, of die liep af in de 30 dagen vóór de arbeidsongeschiktheid. Een zelfstandige moet in orde zijn met zijn bijdragen van de twee voorgaande kwartalen.
De wachttijd
In de 12 voorgaande maanden telde je 180 volledige werkdagen, of 800 uren als je deeltijds werkt. Bepaalde dagen zonder arbeid, zoals ziektedagen en vakantie, tellen mee. Bij een uitzondering of een verkorte wachttijd bel je best je ziekenfonds.
De erkenning
De adviserend arts moet vaststellen dat je alle activiteit stopte om gezondheidsredenen en minstens 66 % arbeidsongeschikt bent. Zonder dat oordeel is er geen uitkering, hoe duidelijk je doktersattest ook is.
Je ziekmelding stap voor stap
- Laat je huisarts het getuigschrift invullen: je vult zelf het bovenste deel in, de arts het gedeelte met de vermoedelijke einddatum.
- Verstuur het per post naar de adviserend arts van je ziekenfonds. De poststempel geldt als datum van melding. Je mag het ook persoonlijk afgeven tegen ontvangstbewijs. Steek het niet in een brievenbus van het ziekenfonds.
- Vul het inlichtingenblad aan met het loon dat bij de berekening gebruikt wordt, eventueel met een fiche van je werkgever.
- Ga op de afspraak in als de adviserend arts je uitnodigt. Boek via Mijn CM of per telefoon, of meld dat je niet kunt en spreek een nieuwe datum af.
- Laat bij een verlenging een nieuw getuigschrift opmaken en stuur het tijdig.
- Meld je terugkeer naar het werk. Begin je pas de eerste werkdag na de einddatum, dan hoeft dat niet.
Hoe wordt je uitkering berekend?
Voor een arbeider of bediende bedraagt de uitkering 60 % van het brutodagloon. Dat loon wordt begrensd: vanaf 1 september 2026 is het plafond 189,3583 euro per dag in het zesdagenstelsel voor de primaire arbeidsongeschiktheid. Daardoor ligt het maximum ongeveer op 113,61 euro per dag. Het referentieloon is het brutodagloon op de laatste dag van het tweede kalenderkwartaal vóór de arbeidsongeschiktheid.
Minimumbedragen vanaf de derde maand
Het RIZIV legt minima vast. Sinds 1 september 2026 gaat het in het zesdagenstelsel om een bruto minimum van 65,56 euro per dag in de derde maand. Van de vierde tot de zesde maand is dat 82,64 euro voor een regelmatige werknemer met gezinslast en 65,56 euro voor een alleenstaande of samenwonende, zonder dat het minimum hoger mag zijn dan je brutodagloon. Vanaf de zevende maand zijn er andere minima, onder meer 56,21 euro voor een samenwonende.
Een rekenvoorbeeld met een ander loon
Een bediende met een brutodagloon van 120 euro krijgt in de eerste twee maanden na het gewaarborgd loon 60 % van 120, dus 72 euro per dag. Op 26 uitkeringsdagen per maand komt dat op 1.872 euro bruto. Het bedrag ligt boven het minimum, dus dat speelt niet. Het voorbeeld is puur rekenkundig, want het ziekenfonds past je echte referentieloon toe en houdt er een voorheffing af.
De voorheffing
Voor arbeiders en bedienden in de primaire periode is de bedrijfsvoorheffing 11,11 %, zonder dat de uitkering onder een minimumbedrag per dag mag zakken.
Gezinssituatie en inkomen van je partner
Vanaf de vierde maand hangt het minimum af van of je een persoon ten laste hebt, alleenstaand bent of samenwoont. Het ziekenfonds vergelijkt je gezin met het Rijksregister en bezorgt je, tenzij je alleen woont, tussen de derde en de zesde maand een formulier. Een persoon ten laste mag niet boven een bepaald brutomaandinkomen uitkomen. Meld elke wijziging snel, want een foute categorie leidt tot een terugvordering.
De controle door de adviserend arts
De adviserend arts stelt geen diagnose, hij beoordeelt of je kunt werken. Volgens de CM nodigt hij je gewoonlijk uit in de vierde, zevende en elfde maand. Een gemiste afspraak kan je uitkering doen stoppen. Een verblijf in het buitenland geldt niet als geldige reden. Wie naar het buitenland wil, informeert vooraf, bij een reis buiten Europa volgens de LM minstens twee weken vooraf. Elke activiteit, zelfs onbetaalde of vrijwillige, vraagt een voorafgaand schriftelijk akkoord. Ben je het niet eens met een beslissing, dan kun je binnen drie maanden naar de arbeidsrechtbank.
Geleidelijk terug aan het werk
Deeltijds hervatten kan met de toestemming van de adviserend arts, minstens één werkdag vóór de start, en de activiteit moet passen bij je gezondheid. De uitkering wordt dan verminderd volgens het inkomen uit het werk. Bij een herval geldt in de primaire periode een termijn van 14 dagen na de hervatting, vanaf het tweede jaar is dat drie maanden. Voor andere groepen dan werknemers geldt sinds 1 januari 2026 volgens de CM een venster van acht weken.
Wanneer staat het geld op je rekening?
Voor de primaire arbeidsongeschiktheid zegt Mutualia dat de betaling uiterlijk de vijfde van de volgende maand bij je bank moet zijn. Het ziekenfonds publiceert elk jaar een betaalkalender, en de bank heeft soms nog drie dagen nodig. Elke mutualiteit heeft haar eigen kalender, dus kijk bij de jouwe.
Waarom uitkeringen blijven hangen
- Een getuigschrift dat te laat of op een verkeerd adres aankomt.
- Een inlichtingenblad zonder loonfiche.
- Een onvoldoende wachttijd die niemand eerder opmerkte.
- Een formulier over de gezinssituatie dat nooit werd teruggestuurd.
- Een niet toegelaten activiteit tijdens de ziekteperiode.
Vier vragen aan het ziekenfonds
Betaalt het ziekenfonds vanaf dag één? Niet voor loontrekkenden. Het neemt over zodra het gewaarborgd loon van je werkgever eindigt.
Mag ik op reis tijdens mijn ziekte? Alleen na verwittiging van de adviserend arts. Een gemiste controle tijdens een reis is geen geldig excuus.
Is de uitkering belastbaar? Ja, er wordt een voorheffing ingehouden. Na de wettelijke pensioenleeftijd gebeurt dat volgens het federale portaal niet meer.
Waar vind ik mijn exacte bedrag? Bij je ziekenfonds, dat je referentieloon en gezinscategorie kent.
Organisaties om te raadplegen
ACV — Vakbondsuitleg over afspraken met je ziekenfonds en de ziekte-uitkering: getuigschriften, termijnen, controle van de adviserend arts, beroep en re-integratie.
Liberale Mutualiteit — Brochure van de Liberale Mutualiteit over de stappen bij arbeidsongeschiktheid: getuigschrift, termijnen, controle door de adviserend arts, hervatting en berekening van de uitkering.

